Wat is beeldkwaliteit?

Bij beeldgestuurd beheer spreek je niet af hoe vaak er wordt gemaaid, geschoffeld of geveegd, maar hoe de openbare ruimte eruit moet zien. Dat heet beeldkwaliteit. De gemeente bepaalt het gewenste beeld, de uitvoerder bepaalt hoe en wanneer hij dat beeld bereikt.

Om dat beeld eenduidig te maken, gebruiken de meeste gemeenten de systematiek van CROW, het kennisplatform voor infrastructuur en openbare ruimte. De basis is de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte. Veel gemeenten werken met de editie uit 2018. Daarin staan voor de onderdelen van de openbare ruimte beeldmeetlatten: een omschrijving, foto's en meetbare eisen per kwaliteitsniveau.

Een beeldmeetlat voor bijvoorbeeld onkruid in beplanting laat zien hoe beplanting eruitziet op elk niveau, en hoeveel onkruid per niveau is toegestaan. Zo hebben beleidsmakers, beheerders, aannemers en bewoners het over hetzelfde beeld.

De vijf niveaus

De CROW-schaal kent vijf kwaliteitsniveaus. Hoe hoger het niveau, hoe minder gebreken er zijn toegestaan en hoe meer onderhoud nodig is om het niveau vast te houden.

A+ Zeer hoog
Vrijwel geen gebreken. Het beeld is verzorgd en strak. Komt vooral voor op representatieve plekken waar het onderhoud intensief is.
A Hoog
Weinig gebreken. Een verzorgd beeld dat past bij centra en plekken met veel bezoekers.
B Basis
Enkele gebreken, maar de openbare ruimte is functioneel, veilig en ziet er voldoende verzorgd uit. Veel gemeenten kiezen dit als uitgangspunt voor woonwijken.
C Laag
Duidelijk zichtbare gebreken. De functie blijft meestal behouden, maar het beeld oogt minder verzorgd.
D Zeer laag
Veel gebreken. Functie en veiligheid kunnen in het geding komen, en achterstallig onderhoud kan later tot hogere kosten leiden.

Bij de beoordeling wordt vaak onderscheid gemaakt tussen verzorging, zoals zwerfafval, onkruid en bladafval, en de technische staat, zoals beschadigde, ontbrekende of verzakte onderdelen. Een plantvak kan dus schoon zijn, maar technisch op een lager niveau staan omdat er planten ontbreken.

Van ambitie naar kaart

Een gemeente hoeft niet overal hetzelfde niveau te kiezen. Gebruikelijk is om per gebiedstype een ambitie vast te stellen. Het centrum krijgt dan bijvoorbeeld een hoger niveau dan een bedrijventerrein, omdat het intensiever wordt gebruikt en meer bijdraagt aan de uitstraling van de gemeente.

Voorbeeld van een ambitiekaart
  • Centrum en winkelgebieden: A of B
  • Woonwijken: B
  • Hoofdwegen en bedrijventerreinen: B of C
  • Buitengebied en natuurlijke zones: C, eventueel met een eigen ecologische beeldmeetlat

Dit is een illustratie. De juiste keuze hangt af van het beleid, het budget en het gebruik van de ruimte in uw gemeente.

Deze ambitie wordt bij voorkeur bestuurlijk vastgesteld, bijvoorbeeld in een beheerplan. Daarmee wordt beeldkwaliteit ook een begrotingsinstrument: een hoger niveau kost meer onderhoud, en het bestuur kiest bewust welke kwaliteit het waar wil betalen.

Meten met de schouw

Beeldkwaliteit wordt gemeten met een schouw. Dat gaat meestal zo:

  1. Meetlocaties kiezen. Over de gemeente wordt een raster gelegd, bijvoorbeeld van 100 bij 100 meter. Uit dat raster wordt een steekproef van meetlocaties getrokken, verdeeld over de gebiedstypen.
  2. Beoordelen. Een getrainde schouwer bekijkt per meetlocatie de objecten in de omgeving en vergelijkt wat hij ziet met de foto's en eisen van de beeldmeetlatten. Per onderdeel noteert hij het niveau.
  3. Herhalen. De meting wordt een aantal keer per jaar herhaald, bijvoorbeeld elk kwartaal. Zo worden seizoensinvloeden zichtbaar en kan er tijdig worden bijgestuurd.
  4. Uitrekenen. De resultaten worden omgezet naar een verdeling over de niveaus. Daarna bepaalt de 90%-regel de score.
De 90%-regelDe score is het niveau dat door minstens 90% van de meetlocaties wordt gehaald. In dit voorbeeld haalt 92% niveau B of hoger, dus de score is B.
Voorbeeld: 5% A+, 30% A, 57% B, 6% C en 2% D. Samen haalt 92% van de meetlocaties niveau B of hoger, dus de score is B.A · 30%B · 57%90%-GRENS0%100% VAN DE MEETLOCATIESA+ 5%A 30%B 57%C 6%D 2%

Voorbeeldcijfers ter illustratie. Reken uw eigen resultaten door met de schouw-rekenhulp, en noteer ze in het veld met het gratis schouwformulier.

Belangrijk is dat de schouw onafhankelijk en reproduceerbaar is. Leg de werkwijze vast in een schouwplan: welke locaties, welke beeldmeetlatten, wie schouwt en hoe vaak. Schouw bij voorkeur samen met de aannemer, zodat de uitkomst niet ter discussie staat.

Beeldkwaliteit in het bestek

Wie op beeld wil sturen, moet dat ook contracteren. In een beeldbestek staan het gewenste niveau per gebied, de beeldmeetlatten en de manier van meten. De aannemer bepaalt zelf hoe vaak hij werkt om dat niveau te halen.

Dat verschilt van een frequentiebestek, waarin precies staat hoe vaak een handeling moet gebeuren. Een frequentiebestek is eenvoudiger te controleren, maar zegt weinig over het resultaat op straat. In de praktijk combineren veel gemeenten beide: beeld waar het kan, frequentie waar dat praktischer is, zoals bij het maaien van bermen.

Spreek ook af wat er gebeurt als een niveau niet wordt gehaald: binnen welke termijn er hersteld moet worden, en welke gevolgen een structurele onderschrijding heeft.

Valkuilen in de praktijk

  • Ambitie zonder budget. Een hoog vastgesteld niveau dat niet wordt gefinancierd, leidt tot structurele onderschrijding en discussie. Laat de kosten per niveau zien vóór het besluit.
  • Onvolledige areaalgegevens. Een goede raming en een eerlijke steekproef vragen om een actueel areaal in het beheersysteem (IBOR). Zonder betrouwbare gegevens wordt sturen op beeld gissen.
  • Ecologisch beheer met strakke beelden. Een bloemrijke berm of ruige oever scoort op een klassieke beeldmeetlat al snel laag, terwijl dat beeld bewust is gekozen. Stel daarom aparte beeldmeetlatten op voor ecologisch beheerde gebieden.
  • Meten zonder bijsturen. Een schouw is pas waardevol als de uitkomst wordt gebruikt: in het gesprek met de aannemer, in de planning en in de verantwoording aan het bestuur.
  • Bewoners niet meenemen. Bewoners beoordelen de ruimte op hun eigen manier. Leg uit welk niveau er geldt en waarom, zeker bij een overstap naar ecologisch beheer.
Hulp nodig?

Het Groen Advies Buro helpt bij het vaststellen van beeldkwaliteit, het opstellen van beeldbestekken en het organiseren van schouwrondes. Lees meer op de pagina Groenbeheer of neem direct contact op.